Voorbeelden van oude examenvragen

damien
Beginnend forumgebruiker
Beginnend forumgebruiker
Berichten: 27
Lid geworden op: 01 okt 2008, 13:54

Voorbeelden van oude examenvragen

Berichtdoor damien » 09 jan 2010, 14:54

Dit zijn enkele voorbeelden van oude examenvragen voor het vak Economie & Bedrijfsleven van prof. I. Scheerlinck.

ECONOMIE EN BEDRIJFSLEVEN (TIT.: PROF. I.
SCHEERLINCK)
DIT DOCUMENT GEEFT ENKELE VOORBEELDEN VAN EXAMENVRAGEN
VAN DE VORIGE ACADEMIEJAREN.
BELANGRIJKE OPMERKINGEN:
VOORBEELDEN VAN EXAMENVRAGEN GEVEN EEN IDEE OMTRENT DE
WIJZE VAN EXAMINEREN EN DE WIJZE WAAROP DE LEERSTOF
GESTUDEERD MOET WORDEN.
VOORBEELDEN VAN EXAMENVRAGEN VERVANGEN GEENSZINS DE TE
KENNEN LEERSTOF.
AANGEZIEN ER SINDS DIT ACADEMIEJAAR EEN VOLLEDIG
UITGESCHREVEN CURSUS IS, KUNNEN DE VOORBEELDEN NOOIT
VOLLEDIG REPRESENTATIEF ZIJN VOOR HET EXAMEN VAN 15/01/10
DE BIJGEVOEGDE PERSARTIKELS ZIJN STEEDS ONGEZIENE ARTIKELS.
OP HET EXAMEN KAN ER OOK GEVRAAGD WORDEN:
- EEN DEFINITIE TE GEVEN VAN ENKELE ECONOMISCHE
CONCEPTEN
- ENKELE KLEINE BEREKENINGEN TE MAKEN (WELISWAAR
ZONDER REKENMACHINE)


VOORBEELDEN VAN OUDE EXAMENVRAGEN
Vraag #. Macro-economie en economische politiek
a) Leg uit met een grafiek in het diagram van geaggregeerd aanbod en geaggregeerde
vraag wat de impact is van stijgende olieprijzen op de algemene economie. Hoe noemen
we deze situatie?
b) Leg uit in welke zin de onderhandelingen tussen vakbonden en bedrijven het effect op
de prijsstijgingen nog kunnen versterken.
c) Wat kan de Europese Centrale Bank doen om aan het probleem van prijsstijgingen te
verhelpen?

Vraag #. Productiefunctie
a) Wat is de productiefunctie?
b) Maak een grafische voorstelling en duid aan vanaf welk punt de wet van de afnemende
meeropbrengsten zich inzet. Geef een woordje uitleg bij de wet.
c) Leg uit hoe vanuit de productiefunctie het marginaal en gemiddeld product van arbeid
worden afgeleid en teken de grafieken.

Vraag #. Argumenteer voor elke bewering of ze JUIST of FOUT is.
Opmerking: argumenteer altijd, ongeacht of de redenering juist of fout is.
Bewering 1: Directe belastingen (i.e., geheven op lonen en bedrijfswinsten) maken deel uit van het
persoonlijk beschikbaar inkomen.
Bewering 2: Grondstoffen, die verder verwerkt worden tot eindproduct, maken deel uit van het Bruto
Nationaal Product (BNP).
Bewering 3: De commissies die Fortis Bank van klanten heeft verworven voor het beleggen van geld
in aandelen en obligaties maken deel uit van het Netto Nationaal Product (NNP).
Bewering 4: Een hogere rentevoet vermindert de vraag naar geld voor transactiedoeleinden.

Vraag #. Argumenteer voor elke bewering of ze JUIST of FOUT is.
Opmerking: argumenteer altijd, ongeacht of de redenering juist of fout is.
Bewering 1: De totale opbrengst van een prijszetter vertoont een lineair verband met de geproduceerde
hoeveelheid (illustreer met een grafiek)
Bewering 2: Een prijsnemer die een hogere prijs zet dan de prijs die heerst in de sector zou geen
enkele klant meer overhouden.
Bewering 3: De prijselasticiteit van vanille-ijs is groter dan de prijselasticiteit van ijs.

Vraag #. Lees het artikel “VBO is niet tuk op offensief tegen index”.
i) Leg beknopt uit wat loonindexering is.
ii) Leg uit in welke zin de loonindexering de inflatie kan aanwakkeren.
iii) Worden bedrijven aangemoedigd om meer te produceren igv. loonindexering?
iv) Veronderstel dat de overheid de inflatie wil verminderen via een fiscale politiek. Leg
uit in welke zin ze haar instrumenten zal aanwenden. Toon de impact van de politiek op
de grafiek van geaggregeerde vraag en geaggregeerd aanbod.
v) Welke impact heeft inflatie (in de Eurozone) op de wisselkoers van de euro to. de
dollar

15-01-2008 IB;
VBO is niet tuk op offensief tegen index
RUDY THOMAES 'Zwart-witdiscussie vermijden'
-- (tijd) - De internationale kritiek op onze loonindexering krijgt bij de Belgische
sociale partners weinig gehoor. De vakbonden blijven het systeem verdedigen en het
werkgeverskamp wil daarover zeker geen oorlog beginnen. Rudy Thomaes, de
topman van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), vraagt wel 'heel
voorzichtig om te springen met bijkomende eisen voor het opkrikken van de
koopkracht'.
De voorzitter van de Europese Centrale Bank, Jean-Claude Trichet, ging vorige week nog eens
in de aanval tegen de automatische indexkoppeling. Dat kan moeilijk anders dan als een
kritiek op België beschouwd worden. Samen met de Luxemburgers zijn we de enigen met zo'n
systeem.
Rudi Thomaes: 'Zijn verklaringen zijn begrijpelijk voor een centrale bankier die de strijd tegen
de inflatie als prioriteit nummer één heeft. Als je die inflatie ziet stijgen en je merkt tegelijk
dat je niet zoveel ruimte hebt voor het verhogen van de rentevoeten, is het logisch dat je je
keert tegen alle automatische systemen die mee de inflatie kunnen aanwakkeren.'
De gouverneur van de Nationale Bank, Guy Quaden, heeft onze indexsysteem al in
bescherming genomen. De gezondheidsindex remt het stijgingsritme af. En door allinakkoorden
is het ook geen automatisme meer.
Thomaes: 'Quaden heeft maar voor de helft gelijk. De gezondheidsindex heeft inderdaad een
remmend effect. Maar die all-inakkoorden blijven voorlopig eerder de uitzondering dan de
regel. Ons systeem blijft dus in hoge mate als een automatisme werken.'
De afspraak uit het jongste centrale akkoord om die all-in-cao's te veralgemenen is inderdaad
dode letter gebleven. Wordt dat een topprioriteit voor de onderhandelingen die dit najaar over
een nieuw akkoord starten?
Thomaes: 'Het is te vroeg om dat te zeggen. Als werkgevers leggen we onze prioriteiten pas in
het midden van dit jaar vast. En het gaat om een heel delicaat onderwerp. Vergeet niet dat
het sectorale niveau hier heel belangrijk is. En ook in de werkgeverswereld zijn er mensen die
de indexering genegen zijn, omdat ze de koopkracht ondersteunt. Mijn Unizo-collega Karel
Van Eetvelt heeft dat dit weekend nog herhaald. We moeten vooral vermijden in zwartwitdiscussies
te vervallen. Een stellingenoorlog voor of tegen de indexering evert weinig op,
maar we kunnen het toch eens over de toepassingsmodaliteiten hebben. Een land als Canada
slaagt er veel beter in de lonen te laten evolueren in het ritme van de economie.'
Maar voorlopig schuiven jullie geen concrete voorstellen naar voren.
Thomaes: 'We vragen wel heel goed op te letten. Er worden nu allerlei voorstellen gelanceerd
voor bijkomende initiatieven voor het ondersteunen van de koopkracht. Maar we moeten
beseffen dat het een enorm verschil maakt als een land al een systeem van indexkoppeling
heeft. Als dat zo is, moet je toch wel heel voorzichtig zijn met extra initiatieven.'
De door de regering besliste verruiming van het stookoliefonds was dus niet zo verstandig.
Thomaes: 'Dat zeg ik niet. Ik ken dat dossier onvoldoende. En ik besef dat de
maatschappelijke druk om hier iets te ondernemen wel heel groot was.' IB
De Tijd, pagina 8, 437 woorden
© Uitgeversbedrijf Tijd NV
Laatst gewijzigd door damien op 09 jan 2010, 14:56, 1 keer totaal gewijzigd.
damien
Beginnend forumgebruiker
Beginnend forumgebruiker
Berichten: 27
Lid geworden op: 01 okt 2008, 13:54

Re: Voorbeelden van oude examenvragen

Berichtdoor damien » 09 jan 2010, 14:55

Vraag #. (Geaggregeerde) vraag en (geaggregeerd) aanbod.
Maak voor elke gebeurtenis die hieronder beschreven wordt een schets van vraag en
aanbod en duid de verandering aan in de grafiek. Geef een woordje uitleg bij elke
verandering. Geef tevens aan of het hier gaat over micro- of macro-economie en
benoem de assen met de juiste variabelen.
Gebeurtenis 1. De markt van computers. Producenten ondervinden een stijging van de
prijs van processoren.
Gebeurtenis 2. De markt van melk. Onder druk van de melkveehouders hanteert de
Europese Commissie een minimum-richtprijs voor melk.
Gebeurtenis 3. Op aanbeveling van de OESO (Organisatie voor Economische
Samenwerking en Ontwikkeling) neemt België supply-side maatregelen die de
productmarkten dereguleren.
Gebeurtenis 4. De markt van aardgas. Een daling van de prijs van olie beïnvloedt de
vraag naar aardgas.

Vraag #. Lees bijgevoegd artikel “Dit wordt het jaar van de broekriem“ (De
Standaard 3/4 januari 2009) en beantwoord de volgende vragen.
a) Volgens het artikel blijven we bespaard van een serieuze depressie dank zij het
snelle optreden van de centrale banken.
Leg uit hoe de Centrale Bank optreedt op de geldmarkt teneinde de crisis
tegen te gaan. Toon dit op de grafiek van de geldmarkt.
a) Wat wordt er bedoeld met de liquiditeitsval? Leg uit met je eigen woorden. In
welke zin heeft het monetaire beleid weinig effect op de economie?
b) Gezien het beperkte effect van een monetair beleid, zoeken steeds meer landen
hun toevlucht tot een Keynesiaans beleid via de stimulering van grote openbare
werken. Hoe zou je deze maatregel grafisch aanduiden in het “Keynesiaans
kruis” (d.i., de grafiek met 45°-lijn en evenwichtsinkomen)? Beschouw bij het
schetsen van de grafiek een model met overheidsinterventie en de internationale
sector. Toon grafisch de impact van de openbare werken op het
evenwichtsinkomen.
e) Het artikel voorspelt dat “de instorting van de aandelen- en vastgoedmarkten
[...] voor een negatief vermogenseffect zal zorgen”. Welke component van de
geaggregeerde vraag wordt hier negatief beïnvloed? Aanduiding op de grafiek is
niet nodig.

Dit wordt het jaar van de broekriem
De Standaard 3-4 januari 2009.
De crisis is nog lang niet voorbij, maar vergelijkingen met de jaren dertig zijn
overdreven, vinden de meeste economen.
De industrielanden stevenen af op een serieuze recessie, maar een depressie, waarbij de
economie gedurende vele jaren krimpt en de werkloosheid torenhoog oploopt, zal ons
bespaard blijven. Daarover zijn de Belgische topeconomen het eens. Met dank aan het
snelle optreden van de regeringen en van de centrale banken.
Probleem is dat de kredietcrisis nog steeds woedt. Het Internationaal Monetair Fonds ziet
de kredietverliezen bij de banken oplopen tot 1.400 miljard dollar. Daarvan is al 1.000
miljard afgeschreven. Er blijft dus nog een derde van de weg te gaan.
Zolang de prijzen op de Amerikaanse huizenmarkt niet stabiliseren, zei oud-voorzitter
Alan Greenspan van de Amerikaanse centrale bank (Fed) enkele maanden geleden al, zal
de crisis blijven voortwoeden. Uit voorgaande vastgoedbubbels blijkt volgens een studie
van de Fed dat de correctie gemiddeld iets meer dan vier jaar duurt. Dat zou betekenen
dat het absolute dieptepunt op de vastgoedmarkt er pas begin 2010 aankomt.
Uit diezelfde studie blijkt gelukkig ook dat de prijzen in de tweede helft van dit jaar
gevoelig minder snel zullen beginnen dalen. Tegen de zomer zou het ergste leed geleden
moeten zijn. De meeste economen mikken op een geleidelijk herstel na de zomer, in het
slechtste geval begin 2010.
De investeringsstrateeg William De Vijlder van Fortis wijst echter op het risico van een
'liquiditeitsval', waarbij de centrale bank het monetaire beleid versoepelt en pakken geld
in het banksysteem pompt, maar zonder effect.
'Als de monetaire politiek nog nauwelijks werkt, gezinnen de broekriem aanhalen en
bedrijven geen krediet meer krijgen en niet meer investeren, dan moeten de regeringen
wel uit een ander vaatje tappen', zegt De Vijlders collega Peter Vanden Houte van ING.
En zo duikt het ideeëngoed van John Maynard Keynes weer op. Die Britse vader van de
moderne economie vond dat in dergelijke omstandigheden de overheid de rol van de
gezinnen en de bedrijven tijdelijk moet overnemen. Zij moet grote openbare werken op
het getouw zetten en andere investeringen die de economie kunnen aanzwengelen.
China, bijvoorbeeld, laat er geen gras over groeien. Het land kondigde een
stimuleringsplan aan van 600 miljard dollar, goed voor 15 procent van 's lands bbp. In de
Verenigde Staten stelde de verkozen president Barak Obama een programma voor met
een totaal kostenplaatje van 700 miljard dollar of 5 procent van het bbp.
De eurozone mikt op nationale stimuli die samen goed zouden moeten zijn voor 1,5
procent van het bbp. In eigen land blijft de inspanning beperkt tot één procent, omdat
België een te zware overheidsschuld torst en dus weinig manoeuvreerruimte heeft.
Hoopgevende tekenen zijn intussen de sterke daling van de inflatie en, vooral, van de
olieprijs. De energiefactuur van een modaal Amerikaans gezin, zegt De Vijlder, is erdoor
verminderd van 4 tot 2 procent van het beschikbaar inkomen, of 200 miljard dollar extra
koopkracht op jaarbasis. Daartegenover staat echter de instorting van de aandelen- en
vastgoedmarkten die dit jaar samen voor een negatief vermogenseffect zullen zorgen dat
de Verenigde Staten tot 2 procent groei zal kosten en de eurozone 0,5 tot 0,75 procent.
België zal met een verwachte economische krimp van ruim een half procent allicht iets
beter doen dan de hele eurozone. In de Verenigde Staten wordt het waarschijnlijk erger,
met een groeivertraging van 1,5 tot 2 procent. In 2010 wordt in alle grote economische
blokken weer groei verwacht. (lc)


Vraag #. Marktvormen
a) Maak een schets van de volgende curven in een monopolie op korte termijn:
- gemiddelde opbrengst (average revenue),
- marginale opbrengst (marginal revenue),
- gemiddelde kost (average cost),
- marginale kost (marginal cost).
b) Duid op de grafiek de maximale winst aan.
c) Veronderstel dat de marginale kost groter is dan de marginale opbrengst. Duid deze
zone aan op de grafiek. Dient de producent zijn productie te verhogen of te verlagen
teneinde de winst te maximaliseren?
d) Geef een voorbeeld van een markt of industrie die actief is in deze marktvorm.
In welke zin verschilt het monopolie van imperfecte (i.e., monopolistische) concurrentie
op vlak van (hier is geen grafiek nodig):
- sociale efficiëntie
- toetredingsbarrières

Terug naar “Economie en bedrijfsleven”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

cron