Pagina 1 van 1

vraag bij oefening n°5

Geplaatst: 19 jun 2011, 11:23
door Minnebo
Die N, M? Die voor het aantal flow lines en equipotentials staan, hoe bepaalt ge die?
Want we tekenen wel een aantal van die lijnen maar ge kunt er toch ook nog meer tekenen? (bv. tussen twee lijnen?)

Of is gewoon de essentie dat de verhouding van die twee gelijk is aan 1/2?

Re: vraag bij oefening n°5

Geplaatst: 19 jun 2011, 11:26
door Tom
Ik dacht dat het hem over de verhouding ging ja
Je moet die zodanig tekenen dat de vierkantjes zelfde oppervlakte hebben, maar dat lijkt me nogal gokken

Blijkbaar is er een manier om het echt uit te rekenen, maar die snap ik niet deftig, met Bgtan enzo...

Re: vraag bij oefening n°5

Geplaatst: 19 jun 2011, 11:30
door Minnebo
ok ma als ik het goed zie moet ge die toch enkel in verhouding in u berekeningen gebruiken, dus dan pakt ge gewoon sowieso 1/2?

Re: vraag bij oefening n°5

Geplaatst: 21 jun 2011, 16:35
door Paulien
Je moet miss best oppassen bij die oefening want het werd helemaal anders gegeven op de ulb. Ik heb die oplossing ervan dat ze op uv hadden gezet ervan bekeken, dan werken ze in het complex vlak. Daar staat ook een klein stukje van uitleg in bij De Smedt zijn cursus, vlak na dat n/m enzo deel.